dinsdag 8 november 2011

Werk


Lavorare stanca (werken is vermoeiend) dichtte Cesare Pavese ooit. En afgaand op de muzikale interpretaties van werk is er weinig lol aan werken te beleven. De HRM handboeken doen ons geloven dat werk ons leven verrijkt, ons selfesteem geeft .Maar werk is slechts middel om geld te verdienen, niets meer dan dat. Vveelal zijn zelfs we slaven, zoals Nina Simone, Lloyd Parks en Gregory Isaacs ons vertellen. Of een ramp in osn leven, zoals working in the coalmine, of in een fabriek. Werk is geestdodend en geeft je de blues, daar zijn Howard devoto (magazine), Otis Rush, Steve Young (helaas staat van hem bijna niets op Spotify) en Hazel Dickens

 

Het meeste werk is fysiek werk: op het land, in de fabriek of in de mijnen. Je kunt toch beter autoverkoper zijn, of als het echt moet verkoper van tweedehands auto’s. Je kunt een enorme pispaal worden, zoals van Zomo, een band waar ik nooit van ahd gehoord met dat de verkoper binnen anderhalve minuut te kakken zet. Hawkwind sideman Robert Calvert doet vervolgens eens voor hoe het wel moet en Abigail Hopkins (dochter van) heeft zelfs medelijden met de used car salesman. 
 
Of je bent gewoon een opgewekte salesman, zoals Stan Ridgway bezingt. Tot slot nog een goed alternatief voor werken: shoplifting.

Mocht je, na al deze waarschuwingen, toch werk zoeken, dan biedt John Mayall troost: there is always work. Maar het feit dat er geen tekst in dit nummer zit alleen een huilend geklaag belooft toch niet veel goeds. 

dinsdag 4 oktober 2011

The Steve Winwood sessies

Vanaf eind jaren 70 volg ik de carrière van Steve Winwood. Ik werd fan op het moment dat zijn solo carrière een pauze kende. Zijn eerste solo lp was net enkele jaren ervoor uitgekomen (1977) en het vervolg (Arc of A Diver uit 1980) was nog net niet uit. Precies in de tussenliggende periode had ik bijna alles wat Winwood had opgenomen met Traffic en Spencer Davis Group tot me genomen. Ik was overigens niet echt gecharmeerd van Arc of a diver. Vond de lp te mechanisch klinken (met te veel synthesizer). Hij schijnt dat inmiddels zelf ook te vinden. Hij heeft zelfs al een nummer van die lp opnieuw opgenomen. Die eerste solo lp werd overigens slecht ontvangen, terwijl ik hem erg goed vind. Na de teleurstellende lp Roll With It uit 1988 ben ik opgehouden zijn muziek te kopen. Maar zijn laatste cd (Nine Lives) is weer een stuk beter dan wat hij in de jaren 90 heeft gemaakt. Ik heb hem nog wel eens live gezien. In 1997 met Ginette, dat was de dag dat onze relatie begon en Winwood ook nog eens een goed concert gaf. Ik had hem in ‘83 ook een keer gezien. En hoewel ik in die tijd nog een groot fan was, vond ik het een teleurstellend concert. Wat me vooral opviel was zijn totale gebrek aan een podiumpresentatie. Voor iemand die toch al 20 jaar professioneel muzikant was, was het vreemd te zien dat hij zo’n 5 meter van de rand van het podium bleef en geen enkel contact met het publiek zocht. Anno 1997 had hij een totale metamorfose ondergaan. Hij bewoog op het podium, zocht contact met het publiek en was in alles veel meer ontspannen.
In de periode dat ik hem echt volgde heb ik ook veel van zijn sessiewerk beluisterd. En dat is nogal wat. Steve Winwood heeft op zo’n 70 platen als sessiemuzikant meegespeeld. Van heel obscuur tot heel bekend (Joe Cocker, Talk Talk).De Steve Winwood fansite heeft alle sessies gedocumenteerd. Ik heb er een kleine selectie uit gemaakt. Lang niet alles wat in deze lijst kende ik. Dus ik heb ook nog wat nieuwe dingen ontdekt. De aanleiding is een nieuwe cd van Steve Cropper (Booker T. & M.G.’s, schrijver van oa (Sittin’on) Dock of The Bay). Daarop zingt Steve Winwood enkele nummers. Echt helemaal compleet is deze playlist niet. Zo is de bijdrage van Steve Winwood aan het Go project van Stomu Yamashta erg mooi en zou ik ook nog graag een nummer de Fania All Starrs erbij hebben opgezet. Maar helaas niet beschikbaar. Winwood heeft ook wel iets met Latijns Amerikaanse muziek. Eind jaren 00 heeft hij nog getoerd met een groep Latijns Amerikaanse muzikanten, maar daar zijn geen opnamen van. Het sessiewerk van Steve Winwoord kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan stijlen. Het begint in de jaren 60 met vooral blues georiënteerde rock en breidt zich in de jaren 70 uit to Folk, Reggae, Salsa. Van alle muzikanten van zijn generatie is hij een van de meest veelzijdige.
Van een aantal sessies is niet alles even duidelijk. Zo wordt vaak gezegd dat hij als Steve Anglo een solo single heeft gemaakt ("Incense" als the Anglos) Maar veel internetbronnen noemen dit een gerucht. Een andere vage sessie zijn de sessies voor de lp Berlin van Lou Reed. Winwood speelt daar in ieder geval op mee, maar niemand weet meer precies op welk nummer. Lady Day wordt als een zeer waarschijnlijke kandidaat gezien. Maar Berlin vind ik geen representatieve plaat voor Steve Winwood. Hoe hij daar (net als Jack Bruce overigens) ooit op is terecht gekomen is me een raadsel. Dat hij zelf niet meer weet komt overigens niet door drugsgebruik (wat bij Lou Reed wel anders lag). Winwood was al heel snel van de drugs af, als hij er überhaupt al ooit aan was.

  1. Voodoo Chile – Jimi Hendrix Experience, De eerste echt indrukwekkende Winwood sessie.
  1. What A Woman – Howlin’Wolf. Iedereen in Londen wilde in de jaren 60 met de echte bluesmannen opnamen maken. Dit is van een sessie met oa Winwood en Eric Clapton. Howlin’ Wolf was overigens al erg ziek toen deze opnamen gemaakt werden. De resultaten zijn dan ook wel wat teleurstellend.
  1. Leon Russel - Roll Away The Stone The Allmusicguide noemt hem: ´ The ultimate rock & roll session man”. Wel leuk dat Winwood dan weer als sessiemuzikant op zijn lp meespeelt.
  1. Joe Cocker – Do I Still Figure In Your Life? Van de klassieker With A Little Help From My Friend uit ‘69
  1. Living In The Ghetto – Toots & The Maytalls. Alles wat ik over Island baas Chris Blackwell heb gelezen maakt me duidelijk dat hij veel invloed heft gehad op de muziek die op zijn label uitkwam. Blackwell begon zijn carrière met het importeren van Jamaicaanse muziek (toen nog ska) naar Engeland. En het was zijn overtuiging dat hij van Bob Marley een superster kon maken. Dat deed hij ondermeer door een aantal lp’s samen met Engelse muzikanten op te nemen. Het knappe van die platen is dat ze net iets anders klinken zonder dat er concessies zijn gedaan aan het Jamaicaanse karakter. Het zijn geen slappe aftreksels. Steve Winwood was tot halverwege de jaren 80 ook verbonden aan het Island label. Steve Winwood was de eerste echte superster van Island. En Winwood heeft dus ook veel meegespeeld op platen die op dat label uitkwamen. Zoals dus ook op een aantal reggae lp’s.
  1. The Church - Ijahman Levi Nog een reggae opname.
  1. One Way Donkey Ride – Sandy Denny Sandy Denny was van eind jaren 60 tot midden jaren 70 het boegbeeld van de Britse Folk beweging. In mijn ogen ook geheel terecht. Hooguit zou je Nick Drake er nog naast kunnen zetten. Het Island label had een grote groep Folk musici onder contract. De lp’s werden veelal gemaakt onder leiding van Joe Boyd (producer) en John Wood (techniek). En Steve Winwood was natuurlijk een labelgenoot van hen. Bovendien was folk ook in de muziek van Winwood terug te horen. Vooral in de lp John Barleycorn van Traffic. Ook Led Zeppelin heeft overigens folk nummers gemaakt. Sandy Denny zingt zelfs nog mee op de lp Led Zeppelin IV. Sandy Denny overleed in 1978 aan de verwondingen veroorzaakt door een val van de trap. Een triest einde.
  1. Flowers Of The Forest – Mike Heron Mike Heron was een van de twee leden van The Incredible String Band. Ook weer zo’n typisch Brits product waarin rock werd vermengt met allerlei soorten van andere muzikale oorsprong. De Britse folkrock was wel een duidelijk antwoord op de folk beweging die in de VS al eerder was begonnen. De Engelse variant is duidelijk anders. En wat ook wel opbalt is dat de Englsen meer expeirmenteerden met het vermengen met andere, niet Westerse elementen. Dat deden de Amerikanen niet.
  1. For Beauties Sake – Marianne Faithfull
  2. The Balled Of Lucy Jordan – Marianne Faithfull
Onder leiding van Chris Blackwel maakte Marian Faithfull een comeback. Hij vond Winwood een goed partner. Terecht.

  1. Low Rider – Jim Capaldi Jim Capaldi was de drummer van Traffic. Hij was niet echt een bijzonder artiest. Steve Winwood is zijn oude maatje wel altijd trouw gebleven en speelt op heel veel lp’s van Capaldi mee. En dit is weer best mooi.
  1. Dancing – John Martyn John Martyn is begonnen als folkie maar heeft zijn repertoire in de loop van de jaren steeds verder uitgebreid. En het eclecticisme van Winwood past goed bij Martyn. Ik heb hem ook nog een keer live gezien (slaapverwekkend).
  1. Kissing With Confidence – Will Powers John Cale (ook lid van de Island stal) noemde dit een van de beste lp’s van 1983. Dat gaat me wat ver, maar het is wel een leuke lp. Wel een beetje een gimmick. Kissing With Confidence is mede geschreven door Winwood en Bernard Edwards (Chic). Winwood speelt waarschijnlijk ook wel mee op de plaat, maar wie wat speelt is onbekend.
  1.  Give It Up – Etta James Een duet van Winwood met de inspiratiebron van Adele. In de decennia hiervoor was ze geen enkele aandacht voor haar platen. Ik ben zelf niet zo, Etta James fan.
  1. Happiness Is Easy – Talk Talk Talk Talk wordt ten onrechte gezien als zo’n typisch jaren 80 bandje met enkele leuke singles. De lp’s zijn zeer de moeiete waard. Mark Hollis is helaas al vele jaren uit het zicht verdwenen. Frank de Munnik heeft nog een mooie radio-uitzending over Talk Talk gemaakt, die je echt moet horen.
  1. Woodcutter’s Son – Paul Weller Paul Weller is tegenwoordig de icoon van de Britse pop. Hij is ook wel erg goed, vooral omdat hij ook verschillende stijl elementen weet te verbinden. Dat hij dan ook Steve Winwood uitnodigd is niet zo vreemd.
  1. He Will Make A Way – Kathy Troccoli 
  2.  Rosie Strike Back – Rosanna Cash
Nu Winwood in de VS woont speelt hij ook meer mee op Amrikaanse platen. Dit zijn twee voorbeelden. He eerste wel wat Middel of the Road.
  1. Thirty Second Lover – Steve Cropper Dit is van de cd die dit jaar is uitgekomen.
  1. Domingo Morning – Steve Winwood Tot slot nog een nummer van Steve Winwood zelf. Van de cd About Time. De voorganger van 9 lifes en misschien nog wel beter.


vrijdag 26 augustus 2011

Sweet Thang


Op de allmusic guide stond vooraan een lp van Jim Ford. De schrijver van het prachtige Harry Hippy. Op Spotify staan 2 lp’s van hem. Bij het beluisteren van die prachtige lp’s viel me het nummer You Just A op. Dat heeft wel iets weg van het geweldige Sweet Thang van Shuggie Otis. En zo zag ik dat er nog meer Sweet Thangs bestaan. En niet van de minste. Er is een lp van de onvolprezen Don Covay met die titel. Ik kan alleen niets over die lp vinden. Zo te horen is die van eind 60. En zoals alles van de Don uit die tijd: erg mooi. En ook een Sweet Thang van Billy laMont, met Jimi Hendrix op gitaar, die natuurlijk ook op een aantal nummers van Don Covay meespeelt. En een country Sweet Thang. Waarvan ik niet weet van wie het origineel is. Omdat ik niet kon kiezen staan er 2 versies op. Chaka Khan (of de platenmaatschappij) weet niet hoe haar Sweet Thang heet. Live heet het Thang en in de studio thing. De studio versie is wel mooier. Dus toch maar Thing. En omdat je nooit genoeg Little Richard kunt hebben, ook nog een nummer van Mr. Hysterical R&R samen met Jimi. Ik kende van die sessies alleen I Don't Know What You've Got(But It's Got Me), geschreven door Don Covay. Maar dit is weer een goede aanvulling op mijn (en jouw) verzameling Little Richard.

 

  1. Just A (Full Version) – Jim Ford
  2. Sweet Thang – Shuggy Otis
  3. Sweet Thang – Don Covay
  4. Sweet Thang – Billy LaMont (feat. Jimi Hendrix)
  5. Sweet Thang – Faron Young
  6. Sweet Thang – Ernst Tubbs & Loretta Lynn
  7. Sweet Thing – Rufus
  8. Dancing All Around The World – Little Richard (feat. Jimi Hendrix)

 

dinsdag 23 augustus 2011

Jerry Leiber


Gisteren (22 augustus 2011) overleed Jerry Leiber. Een naam die de meeste mensen niets zegt. Samen met Mike Stoller is hij de schrijver van vele evergreens. Hij heeft Elvis aan vele mooie nummers geholpen (oa Hound Dog). Maar vooral schreven Leiber en Stoller nummers voor zwarte artiesten en waren ze één van de drijvende krachten achter de transformatie van de Rhythm & Blues naar Soul. Ik heb als eerbetoon even een paar favoriete nummers van hen bij elkaar gedracht.
Kansas City is de eerste hit die ze hebben geschreven. Twee favorieten mij zijn The Coasters en Ben E. King (en zijn bijdrage aan The Drifters). De nummers van The Coasters zijn mooie voorbeelden van de Rhythm & Blues, die Leiber & Stoller schreven: grappig, stampend en lekker vet. Ben E. King is al Soul: veel melodischer, dramatisch en met een nadruk op Gevoel, Soul dus.

dinsdag 16 augustus 2011

REAL ROCK

Enige tijd terug vroeg ik me af of Junior Murvin behalve Police and Thieves nog andere interessante dingen had gedaan. Dat kun je met spotify natuurlijk makkelijk nakijken. Zo stuitte ik op een lp met Joe Gibbs producties. Met daarop Cool Out Son van Junior Murvin. Toen ik het nummer hoorde dacht ik: “dat orgeltje heb ik eerder gehoord. En wel op het nummer Money Make Friends van Barrington Levy van zijn briljante lp Englishman uit 1979. Beide nummers zijn gebaseerd op het Real Rock Riddim.

Voor mij was het een hele schok om te horen dat de prachtige lp Truths and Rights van Johnny Osbourne geheel gebaseerd is op bestaande riddims. Ik ging er altijd van uit dat iemand een nummer schrijft en er dan samen met de zanger en de muzikanten een opname van wordt gemaakt. Op Jamaica werkt het al vanaf de jaren 60 anders. Om te bezuinigen op kosten voor muzikanten werd een zelfde instrumentale track meerdere keren gebruikt.Je neemt bijvoorbeeld het ritme van een nummer (bas en drum) en zet er een andere melodie overheen en voila…je hebt een nieuw nummer. Zo werden nummers geconstrueerd uit bestaande nummers. Sampling avant la lettre. Deze stukjes uit nummers worden riddims genoemd. De resultaten zijn kunnen geweldig zijn, zoals in Truths and Rights. Uit een aantal bestaande elementen wordt iets geheel nieuws gemaakt. Vergeet niet dat originaliteit in popmuziek niet altijd een belangrijk criterium is. Hoewel veel blanke rocksterren anders beweren. Het eerste werk van Stones en beatles waren vooral variaties op nummers van Chuck Berry en Bo Diddley, niets mis mee hoor.
De bekendste riddims komen uit de Studio One van Sir Coxsone Dod.
 Zo ook het Real Rock Riddim. Een Riddim dat zo beroemd is dat zelfde New York Times er een artikel aan heeft gewijd. Van het Riddim zijn ongeveer 300!! versies bekend. Het is een instrumentaal nummer van The Sound Dimension uit 1967. Uit het spotify aanbod (van zo’n 30 nummers) heb ik er 10 uitgekozen.
Het origineel staat helaas niet op spotify. Ik heb nummer wel op een cd staan. Dus echte liefhebbers kunnen het van mij krijgen. 







  1.   Cool Out Son - Junior Murvin. Helaas is het wel een versie van bijna 8 minuten met een niet bijster interessante toast (=rap avant la lettre). Want dat deden ze op Jamaica ook: van nummers heel veel versies maken. Zo staan er op de Delux editie van Police and Thieves van Junior Murvin 5 versies van het titel nummer. Dat is misschien wat veel, maar een mooie toast kan ook wat toevoegen. Luister maar eens naar de verbluffende, 9 minuten durende, versie van Roots Train (ook op Police and Thieves)/ Met daarin een toast van Dillinger (Cocaine in my Brain)
2)      Money Make Friends - Barrington Levy. Geproduceerd door Henry ‘Junjo’ Lawes, de meester in het hergebruiken van Studion One riddims. Ik vermoed dat hij tussen 1980 en 1985 zo’n 50 lp’s heeft geproduceerd met veelal Studion One rhythms als basis. Ze zijn niet alle 50 goed, maar wel heel veel. Dit is een compilatie van zijn werk.
3)      Rockers Rock - Augustus Pablo, de man met de melodica en de Far East Sound, ik vind die sound vrij beperkt, maar velen vinden het geniaal
4)      Stop the fussing and Fighting -  Dennis Brown, gewoon een van de beste zangers van Jamaica, helaas al overleden
5)      No Ice Cream Sound - Johnny Osbourne, de versie die the New York Times noemt heb ik helass niet. Maar dit is ook een mooie versie. Johnny Osbourne heeft gewoon heel veel moois gemaakt
6)      Stop It Now – Admiral Tibett, een van de vele dancehall zangers. Ken hem verder niet, vond het gewoon een mooi nummer
7)      Cross The Border – Mighty Diamonds, er moest natuurlijk ook een versie van een zangtrio in de lijst komen. Het aantal zangtrio’s op Jamaica is enorm. The Wailers (Peter Tosh, Bunny Livingston en Bob Marley) zijn de bekendste.
8)      Keep In Touch – Sissla, een moderne ster van het Dancehall front
9)      Armagidion Time – The Clash. Dit is een cover van een nummer van Willy Williams, dat uiteraard gebaseerd is op het Real Rock riddim.
10)   Black Cop – KRS One, KRS One zit ook in Public Enemy. Niet echt mijn soort muziek. Ik heb het erbij gezet omdat het een heel andere versie van het nummer is.