Vroeger stelde ik iedere week een playlist samen voor Dove Siamo, het programma dat ik voor Radio Rataplan maakte. Vandaar dat ik dacht dat het wel leuk is om een wekelijkse playlist te maken met wat ik luister. Een soort kort radioprogramma zonder tekst. Ik ken mijn gebrek aan discipline dus verwacht niet elke week een lijst. Hopelijk wel regelmatig.
Na een week haal ik de nummers weer van spotify af. Radio is niet bedoeld voor de eeuwigheid
Spanisch dancer – steve winwood. Een geheel nieuwe versie. Zonder de suffe synthesizers die het origineel van de lp Arc of a diver uit 1980 teisteren. Arc of a diver werd destijds gezien als een enorme comeback van Steve Winwood, maar is met zijn wat kille elektronische geluid wel aardig achterhaald. Deze versie is beter
Bum Ball - Sly & Robbie van een verzamel lp. Ik heb geen idee van wie het nummer is. Want Sly & Robbie zingen dit natuurlijk niet. Ik deze lp een stukje beluisterd en kwam zo weer een nieuw reggae juweeltje tegen. Het is ongelofelijk hoeveel moois ik nog niet ken. Dit is zo te horen rond 1980 gemaakt.
Africa - Sun Ra Sun Ra is een naam die ik vanaf 1982 ken. Zijn muziek is totaal onbegrijpelijk en niet echt toegankelijk. Maar juist door dat weirde is het zo mooi. Er zit vaak een soort verborgen schoonheid achter die gekte. Dat geldt hier zeker
Baby Mine – Michelle Shocked. Haat Texas Campfre Tapes vind ik geweldig. En verder ken ik bijna niets van haar en afgelopen week bedacht ik met iets van haar te gaan luisteren. Zeker de moeite waard. Haar laatste cd is Soul of My Soul. Daar is niets aan.
Darkness – Leonard Cohen. Van zijn nieuwe cd. Ik ben eindelijk fan geworden, net als Gijsbert Kamer
Chase the darkness away – Jim White. Hierover heb ik ergens iets gelezen (ga ook niet opzoeken waar) en het daarom bewaard. Klinkt goed, de details zoek ik nog wel eens op
The Gravediggers Song – Mark Lanagan. Zijn nieuwe cd wordt weer zeer enthousiast onthaalt. Ik ken alleen de single, de rest staat niet op spotify. Op basis daarvan ben ik nog niet helemaal overtuigd.
About A Girl – Little Roy Wie verzint het: een lp vol Nirvana nummers door een reggaezanger. Maar warempel het klinkt heel goed en bij vlagen zelf erg goed.
Resurrection Blues – Otis Taylor Van Taylor kende ik een cd van enkele jaren terug (The Return of the Banjo) Die is geweldig en ouder werk van hem is ook erg goed. Zoals uit dit nummer blijkt. Je zou het blues kunnen noemen.
The Morning Comes – Deadman Ook positief ontvangen. Klinkt als een soort indie The Band. Niet erg goed, maar dit nummer is wel aardig. Niet alles hoeft briljant te zijn.
En dan nog enkele afraders, dat zijn cd’s die goed worden ontvangen en waar ik helemaal niets aan vind. Wat ze met elkaar gemeen hebben is een wat pretentieus geluid, gedragen met veel piano. Maar het klinkt of hol (zoals Shearwater) of saai (Plump van Field Music) of semi emotioneel, dwz nepdrama (Put Your back N 2 It van Perfume Genius). U zij gewaarschuwd
Vanaf het begin (vooral Nothing Compares 2 U) heb ik een hekel aan Sinead O’Connor. Maar sinds een week is dat veranderd. Op nu.nl las ik heel goede recensie vanhaar nieuwe cd. En stiekem was ik daarvoor al geïnteresseerd in haar cd met Sly & Robbie. Dat is een cd vol met klassieke reggae nummers uit de jaren 70. En zo werd die positieve recensie de aanleiding om eens de Sly & Robbie cd te luisteren. En man….wat is die cd goed. Alles wat ik over Sinead O’Connor ooit heb gezegd, of heb gedacht, trek ik in. Het zijn vooral nummers met een sterk dread gevoel. Als je begrijpt wat ik bedoel. Het zijn nummers waar je de wiet al bijna bij ruikt, maar ook nummers met een sterke politieke lading, langzaam rockend en dreigend. En probeer als Ierse zangeres zoiets maar eens goed te vertolken. Ook al heb je Sly & Robbie achter je. Want dat is nog geen garantie voor succes. Sly & Robbie hebben ook op verschrikkelijke platen meegespeeld, zoals 2 lp’s met Serge Gainsbourg of Infedels van Bob Dylan.
Maar zij doet het geweldig. Ik heb de hoogtepunten van de cd op spotify gezet. Wat niet weg neemt dat de rest ook erg goed is. Alleen haar versie van Curley Locks vind ik niet goed. Dat nummer is ook veel minder dread, maar eerder een vrolijk zomernummer. Het past niet zo goed binnen de rest van het mariaal. Om te laten horen dat de rest ook goed is, heb ik nog een dub-versie van Y Mas Gan toegevoegd. De hele plaat is in een dub versie als bonus later toegevoegd. Soms is een dub erg mooi (zoals Garvey’s Ghost, de dub versie van de lp Marcus Garvey van Burning Spear). En de dub versie van Jah Nuh Dead, ook van Burning Spear verschilt niet zo heel veel van de originele versie, maar misschien komt het door de achtergrond geluiden van een flinke regenbui. De dub versie klinkt veel dreigender.
Het enige wat ik er verder nog aan toe kan voegen zijn enkele originele versies en een nummer van haar nieuwste cd. Die, op basis van dat ene nummer dat ik via spotify kan horen, toch wel veel minder lijkt.
Ook ik heb mijn jaarlijst 2011 gemaakt. Zie mijn spotify lijst. Tot mijn grote schrik komen enkele cd’s uit mijn lijstje van 2011 uit 2010. Maar een jaar is ook zo maar een jaar. Ik had de cd’s niet eerder ontdekt. Zo kwam ik er pas in september achter dat The Sadies een nieuwe cd hadden. En tot aan het schriijven van dit stuk dacht ik dat die cd van 2011 was. Blijkt die van mei 2010 te zijn. Ik heb er dan ook nog maar een derde cd uit 2011 aan toegevoegd (en 1 van 2001).
DJ. St. Paul
2011 is in 2 perioden te verdelen. De KX Radio periode en de Spotify periode. Tussen september 2010 en juli 2011 reed ik regelmatig naar Nijmegen. Een ritje van ruim een uur, precies genoeg om een uurtje radio te horen van Gijsbert kamer, of DJ St. Paul. Twee heren van mijn leeftijd met een enorme drive om nog steeds leuke muziek te ontdekken. Alleen jammer dat ze geen van beiden radio kunnen maken. Gijsbert Kamer wil bijvoorbeeld vaak vertellen uit welk jaar een lp komt, maar weet dan niet meer of een Thin Lizzy lp nu uit ’73 of ’74 komt. Gijsbert: het zal ons een worst wezen, jij weet dat bijna allemaal uit je hoofd, maar ons interesseert dat niet zo veel. Ik zet zelfs platen uit 2010 in mijn lijst van 2011. En St. Paul kan af en toe wel erg veel Uuuuuu’s in zijn aankondigingen zeggen. Maar wat beide heren draaien is vaak leuk. Soms helemaal niet, maar dat maakt het juist leuke radio. Vanaf augustus zit ik veel in de trein, naar Enschede. In de trein radio luisteren vind ik niets. Dus toen werden het spotify lijstjes. Het verschil is wel dat ik op de radio heel veel nieuwe nummers hoorde en nu slechts in beperkte mate, maar wel weer wat meer tijd heb om een hele cd te beluisteren. Wat overigens niet wil zeggen dat ik heel veel cd’s in zijn totaliteit leuk vind. Het luisteren van een hele cd valt me sowieso steeds moeilijker. Ook oude. Ik heb laatst The Good Earth van The Feelies nog eens geluisterd. Die lp had ik zeker 15 jaar niet meer gehoord. En na de hele lp gehoord te hebben denk dat ie ook wel weer 15 jaar in de kast mag.
Net als in alle andere jaren is dit een lijst met nummers en niet een lijst met favoriete cd’s. Ik zou ook moeite hebben om tot 10 van hele cd’s te komen. Er zijn ook een aantal tegenvallende platen, zoals de nieuwe Iron & Wine, de cd die werd aangekondigd als de comeback van Marc Almond. In deze lijst ook geen Aldele, de cd die ik waarschijnlijk het meest gehoord heb dit jaar. Die cd is mooi gemaakt, goede nummers, maar Adele vind ik geen goede zangeres. Ik vind haar een beetje schreeuwerig. Kortom overgewaardeerd.
Ik schrijf ook ieder jaar weer dat het luisteren naar nieuwe muziek voor een 40+er anders is dan 20 jaar geleden. Ik denk niet dat er minder leuke muziek uit komt. Maar er is natuurlijk veel dat je ergens bekend voorkomt. En er zijn nieuwe genres (dubstep) waar je gewoon niet meer zo inkomt. En je hebt minder tijd. Ik denk dat ook mijn criteria een stuk strenger zijn dan 20 jaar geleden. En nieuwe helden maak je niet ze snel meer. Opmerkelijk is wel dat ik weer vooral dames in mijn lijstje heb staan.
1 Eefje de Visser. In alle aspecten de winnaar van 2011. Ik heb nog nooit zo’n goede Nederlandstalige cd gehoord. Ik had ook niet gedacht dat ik op mijn oude dag nog zo enthousiast kon worden. Ze gaf ook het concert van het jaar. Ik stond al gewoon mee te zingen.
2. Agnes Obel, Volgens mij stond de cd begin 2011 op de VPRO luisterpaal. Hij mag dus gewoon bij 2011. Deze cd kun je gewoon helemaal afluisteren
3 PJ Harvey Het begin van 2011 was duidelijk voor de dames. PJ Harvey won niet ten onrechte een belangrijke Britse poprijs voor het album Let England Shake. Het is de voltooiing van de tocht die PJ Harvey maakte naar een nieuw geluid. Waar zij in 2007 met White Chalk mee was begonnen. Ik had al wat van de cd gehoord wat ik al leuk vind, maar ik werd over de streep getrokken door haar optreden bij Jools Holland. PJ Harvey is nou niet echt wat je noemt een goede zangeres, ze is niet toonvast, heeft soms ook moeite om in het juiste ritme te zingen. Maar dat alles maakt haar juist zo leuk. Op Let England Shake staan ook nummer met daarin samples die niet helemaal kloppen. Zoals in Written on the forehead waar een sample van het nummer Blood and Fire van Niney the Observer zit.
4. The Decemberists Een cd die de hemel in werd geprezen. St, Paul draaide dit nummer. Meteen het beste nummer van de uitzending. Jammer dat de rest tegenvalt, maar dit nummer is wel zo mooi dat het in mijn lijstje mag.
5. Fergessen Voor de verandering ook nog iets Frans. Ik kende het helemaal niet. Het is een duo zie http://www.fergessenmusic.com/.
6. The Sadies ken ik via het onvolprezen Boogie Nights van Stoffer en Bentz. Ik was meteen gegrepen door de sound van deze heren: een mengeling van surf en Byrds, met een melancholieke ondertoon. Onverslaanbaar deze combi.
7. Sandoz Sandoz (Richard H. Kirk) is een soort van favoriet. Niet omdat alles wat hij maakt nou zo goed is, maar omdat het een aantal geniale singles op zijn naam heeft staan. Die singels gegven hem een persoonlijke heldenstatus. Die heeft hji overigens pas heel laat gekregen (ik denk zo rond 2001). Ik kende hem als lid van Cabaret Voltaire. En daar vind ik nou weer niets aan (nog steeds niet). Dit nummer is van midden jaren 90. Ik kende het niet, wilde het toch anderen laten horen en omat het van een verzamelaar uit 2011 komt, mag deze van mij toch op de lijst.
8. Ray Bonneville. De combinatie smokie vocals met wat deprimerende teksten is voor mij altijd een winner. Erg mooie cd dit. En hoe deprimerend is het. Iis de zin “my Daddy said goodbye to the glass on a prison Phone” nu positief of juist niet.
Margot Timmins, Cowboy Junkies
9. Cowboy Junkies die brachten zelfs 2 cd’s uit dit jaar, in wat een reeks van 4 platen moet worden, getiteld The Nomad sereis. Vorig jaar was er het geweldige deel 1. Aan deel 2 kan ik niet wennen en deel 3 vind ik ook minder. Maar daar staat wel weer een klassieker op. Helaas vind ik van de rest van de plaat dat het songmateriaal niet beklijft.
10. Laura Marling. Nog zo’n vrouw met een mooie cd. Ik had ook nog Gillian Welch kunnen toevoegen, maar op een gegevens moment is het aantal vrouwen wel genoeg.
11. Lykke Lu Een ontdekking via Jools Holland. Ik had de cd op de Luisterpaal gehoord en vond ´m wel aardig. Maar ik was onder de indruk van haar optreden,luisterde de plaat nog een keer, en was overstag. Een cd die in de volle breedte goed is
12. De Staat Nog een Nederlandse band. En het enige echte stevige (nou ja, steverigere) rock nummer in de lijst. Ik noem mezelf rock liefhebber maar het aandeel rock van wat ik luister neemt volgens mij ieder jaar af. Probleem is ook wel dat er teveel rock wordt gemaakt. Dat had ik vroeger al op Lowlands. Als je een hele avond gitaarbandjes hoort, wil je toch echt op een gegeven moment iets anders horen. Bas, drum en gitaar is ook al snel saai. Dan moet de kwaliteit van de performance en liedje echt hoog zijn.
13. Little Axe Nog een cd uit 2010. Pas begin november heb ik deze CD ontdekt. Little Axe maakt bijna 20 jaar platen en deze ( de6e als ik het goed heb, maar dat weet Gijsbert Kamer beter). Dit nummer is een traditional. In 1993 heeft Skip MacDonald het ook als eens opgenomen. Toen onder zijn eigen naam. Deze versie is iets dikker aangezet, maar in de basis hetzelfde. En dus ook gewoon bijna net zo goed. Het heeft ook heel veel dingen die ik mooi vind: het heeft blues en soul, het is geproduceerd door (reggae) producer Arian Sherwood (geniale producer). De zang is deels van Bernard Fowler, die zijn lidmaatschap van het obscure Little Axe combineert met zingen in de toch iets bekendere band The Rolling Stones, waar hij al meer dan 10 jaar een van de vaste achtergrond zangers is.
14. The Black Keys. En aan het eind van het jaar verrasten The Black Keys met een nieuwe cd. Het is opmerkelijk hoe goed deze twee heren in staat zijn om iedere keer weer hoge kwaliteit af te leveren. De cd’s klinken iedere keer net iets anders zonder dat de essentie van the Black Keys verandert: blues, rock & soul in een lekker korzelig jasje. Echt geniaal wordt het nooit. Maar constant van hoge kwaliteit is het wel.
15. Jimi Hendrix De beste re-issue van 2011: 4 cd's van de 3 concerten in 1968 in Winterland gaf. Van die concerten is in de jaren 80 al een dubbel lp verschenen. Die staat nog ergens op zolder. Hier hoor je Jimi Hendrix in de volle glorie. Man wat is dit goed!!! Dit nummer was destijds al mijn favoriet.
16. The Sweet Inspirations: Sweet Inspiration - The Songs of Dan Penn & Spooner Oldham is de verzamelaar van 2011. Overigens niet op spotify te vinden. Ik heb de cd nog nooit in zijn totaliteit gehoord. Ik heb gewoon de nummers op spotify gezocht. Dat was omgeveer de helft. Het is een cd met onbekendere songs van Penn en Oldham. Who the hell zijn Dan Pennen Sponner Oldham ? Twee van de grootste songwriters uit de Amerikaanse popmuziek. Hunmeest bekende liedje is waarschijnlijk Do Right Woman van Aretha Franklin. Sweet Inspiration draaiden we oo kmet ons trouwen. En even over de details: leider van deze band was Cissy Houston, moeder van Whitney.
17 en 18 En omdat het altijd leuk is om goede muziek te horen: nog twee ontdekkingen van 2011. D.w.z. geen nieuwe muziek, maar artiesten die ik dit jaar heb ontdekt. De ontdekking van de zomer was Jim Ford. Ik kende hem als de schrijver van het mooie Harry Hippie van Bobby Womack. En ik ging er vanuit dat het een neger was. Hij blijkt hartstikke blank en maakt typische swampmuziek, die merkwaardige mengeling van country, soul en blues die in de jaren 60 in het zuiden van de VS ontstond. Leo Blokhuis heeft een mooie verzameling gemaakt waarin hij de vermenging van zwarte en blanke muziek mooi laat horen. Op die box ook een nummer van Ford. En van december 2011 Pentangle. Ik was op zoek naar wat meer Engelse folk. Ik heb nog wat spotify lijstjes in aanbouw en een lijstje Engelse folk is er 1 van. En zo kwam ik op Pentangle. Ik kende naam, maar niet de muziek. Kan zich moeiteloos meten met oude favorieten als John Martyn, Fairport Convention en Nick Drake.
19 David Eugine Edwards en omdat 2010 in 2011 niet vergeten mag worden, ook in deze lijst mijn nummer 1 van het jaar 2010.Het nummer mag vooral niet worden vergeten omdat het een nummer van superhero Jeffrey Lee Pierce is.
Lavorare stanca (werken is vermoeiend) dichtte Cesare Pavese ooit. En afgaand op de muzikale interpretaties van werk is er weinig lol aan werken te beleven. De HRM handboeken doen ons geloven dat werk ons leven verrijkt, ons selfesteem geeft .Maar werk is slechts middel om geld te verdienen, niets meer dan dat. Vveelal zijn zelfs we slaven, zoals Nina Simone, Lloyd Parks en Gregory Isaacs ons vertellen. Of een ramp in osn leven, zoals working in the coalmine, of in een fabriek. Werk is geestdodend en geeft je de blues, daar zijn Howard devoto (magazine), Otis Rush, Steve Young (helaas staat van hem bijna niets op Spotify) en Hazel Dickens
Het meeste werk is fysiek werk: op het land, in de fabriek of in de mijnen. Je kunt toch beter autoverkoper zijn, of als het echt moet verkoper van tweedehands auto’s. Je kunt een enorme pispaal worden, zoals van Zomo, een band waar ik nooit van ahd gehoord met dat de verkoper binnen anderhalve minuut te kakken zet. Hawkwind sideman Robert Calvert doet vervolgens eens voor hoe het wel moet en Abigail Hopkins (dochter van) heeft zelfs medelijden met de used car salesman.
Of je bent gewoon een opgewekte salesman, zoals Stan Ridgway bezingt. Tot slot nog een goed alternatief voor werken: shoplifting.
Mocht je, na al deze waarschuwingen, toch werk zoeken, dan biedt John Mayall troost: there is always work. Maar het feit dat er geen tekst in dit nummer zit alleen een huilend geklaag belooft toch niet veel goeds.
Vanaf eind jaren 70 volg ik de carrière van Steve Winwood. Ik werd fan op het moment dat zijn solo carrière een pauze kende. Zijn eerste solo lp was net enkele jaren ervoor uitgekomen (1977) en het vervolg (Arc of A Diver uit 1980) was nog net niet uit. Precies in de tussenliggende periode had ik bijna alles wat Winwood had opgenomen met Traffic en Spencer Davis Group tot me genomen. Ik was overigens niet echt gecharmeerd van Arc of a diver. Vond de lp te mechanisch klinken (met te veel synthesizer). Hij schijnt dat inmiddels zelf ook te vinden. Hij heeft zelfs al een nummer van die lp opnieuw opgenomen. Die eerste solo lp werd overigens slecht ontvangen, terwijl ik hem erg goed vind. Na de teleurstellende lp Roll With It uit 1988 ben ik opgehouden zijn muziek te kopen. Maar zijn laatste cd (Nine Lives) is weer een stuk beter dan wat hij in de jaren 90 heeft gemaakt. Ik heb hem nog wel eens live gezien. In 1997 met Ginette, dat was de dag dat onze relatie begon en Winwood ook nog eens een goed concert gaf. Ik had hem in ‘83 ook een keer gezien. En hoewel ik in die tijd nog een groot fan was, vond ik het een teleurstellend concert. Wat me vooral opviel was zijn totale gebrek aan een podiumpresentatie. Voor iemand die toch al 20 jaar professioneel muzikant was, was het vreemd te zien dat hij zo’n 5 meter van de rand van het podium bleef en geen enkel contact met het publiek zocht. Anno 1997 had hij een totale metamorfose ondergaan. Hij bewoog op het podium, zocht contact met het publiek en was in alles veel meer ontspannen.
In de periode dat ik hem echt volgde heb ik ook veel van zijn sessiewerk beluisterd. En dat is nogal wat. Steve Winwood heeft op zo’n 70 platen als sessiemuzikant meegespeeld. Van heel obscuur tot heel bekend (Joe Cocker, Talk Talk).De Steve Winwood fansite heeft alle sessies gedocumenteerd. Ik heb er een kleine selectie uit gemaakt. Lang niet alles wat in deze lijst kende ik. Dus ik heb ook nog wat nieuwe dingen ontdekt. De aanleiding is een nieuwe cd van Steve Cropper (Booker T. & M.G.’s, schrijver van oa (Sittin’on) Dock of The Bay). Daarop zingt Steve Winwood enkele nummers. Echt helemaal compleet is deze playlist niet. Zo is de bijdrage van Steve Winwood aan het Go project van Stomu Yamashta erg mooi en zou ik ook nog graag een nummer de Fania All Starrs erbij hebben opgezet. Maar helaas niet beschikbaar. Winwood heeft ook wel iets met Latijns Amerikaanse muziek. Eind jaren 00 heeft hij nog getoerd met een groep Latijns Amerikaanse muzikanten, maar daar zijn geen opnamen van. Het sessiewerk van Steve Winwoord kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan stijlen. Het begint in de jaren 60 met vooral blues georiënteerde rock en breidt zich in de jaren 70 uit to Folk, Reggae, Salsa. Van alle muzikanten van zijn generatie is hij een van de meest veelzijdige.
Van een aantal sessies is niet alles even duidelijk. Zo wordt vaak gezegd dat hij als Steve Anglo een solo single heeft gemaakt ("Incense" als the Anglos) Maar veel internetbronnen noemen dit een gerucht. Een andere vage sessie zijn de sessies voor de lp Berlin van Lou Reed. Winwood speelt daar in ieder geval op mee, maar niemand weet meer precies op welk nummer. Lady Day wordt als een zeer waarschijnlijke kandidaat gezien. Maar Berlin vind ik geen representatieve plaat voor Steve Winwood. Hoe hij daar (net als Jack Bruce overigens) ooit op is terecht gekomen is me een raadsel. Dat hij zelf niet meer weet komt overigens niet door drugsgebruik (wat bij Lou Reed wel anders lag). Winwood was al heel snel van de drugs af, als hij er überhaupt al ooit aan was.
Voodoo Chile – Jimi Hendrix Experience, De eerste echt indrukwekkende Winwood sessie.
What A Woman – Howlin’Wolf. Iedereen in Londen wilde in de jaren 60 met de echte bluesmannen opnamen maken. Dit is van een sessie met oa Winwood en Eric Clapton. Howlin’ Wolf was overigens al erg ziek toen deze opnamen gemaakt werden. De resultaten zijn dan ook wel wat teleurstellend.
Leon Russel - Roll Away The Stone The Allmusicguide noemt hem: ´ The ultimate rock & roll session man”. Wel leuk dat Winwood dan weer als sessiemuzikant op zijn lp meespeelt.
Living In The Ghetto – Toots & The Maytalls. Alles wat ik over Island baas Chris Blackwell heb gelezen maakt me duidelijk dat hij veel invloed heft gehad op de muziek die op zijn label uitkwam. Blackwell begon zijn carrière met het importeren van Jamaicaanse muziek (toen nog ska) naar Engeland. En het was zijn overtuiging dat hij van Bob Marley een superster kon maken. Dat deed hij ondermeer door een aantal lp’s samen met Engelse muzikanten op te nemen. Het knappe van die platen is dat ze net iets anders klinken zonder dat er concessies zijn gedaan aan het Jamaicaanse karakter. Het zijn geen slappe aftreksels. Steve Winwood was tot halverwege de jaren 80 ook verbonden aan het Island label. Steve Winwood was de eerste echte superster van Island. En Winwood heeft dus ook veel meegespeeld op platen die op dat label uitkwamen. Zoals dus ook op een aantal reggae lp’s.
The Church - Ijahman LeviNog een reggae opname.
One Way Donkey Ride – Sandy Denny Sandy Denny was van eind jaren 60 tot midden jaren 70 het boegbeeld van de Britse Folk beweging. In mijn ogen ook geheel terecht. Hooguit zou je Nick Drake er nog naast kunnen zetten. Het Island label had een grote groep Folk musici onder contract. De lp’s werden veelal gemaakt onder leiding van Joe Boyd (producer) en John Wood (techniek). En Steve Winwood was natuurlijk een labelgenoot van hen. Bovendien was folk ook in de muziek van Winwood terug te horen. Vooral in de lp John Barleycorn van Traffic. Ook Led Zeppelin heeft overigens folk nummers gemaakt. Sandy Denny zingt zelfs nog mee op de lp Led Zeppelin IV. Sandy Denny overleed in 1978 aan de verwondingen veroorzaakt door een val van de trap. Een triest einde.
Flowers Of The Forest – Mike Heron Mike Heron was een van de twee leden van The Incredible String Band. Ook weer zo’n typisch Brits product waarin rock werd vermengt met allerlei soorten van andere muzikale oorsprong. De Britse folkrock was wel een duidelijk antwoord op de folk beweging die in de VS al eerder was begonnen. De Engelse variant is duidelijk anders. En wat ook wel opbalt is dat de Englsen meer expeirmenteerden met het vermengen met andere, niet Westerse elementen. Dat deden de Amerikanen niet.
For Beauties Sake – Marianne Faithfull
The Balled Of Lucy Jordan – Marianne Faithfull
Onder leiding van Chris Blackwel maakte Marian Faithfull een comeback. Hij vond Winwood een goed partner. Terecht.
Low Rider – Jim CapaldiJim Capaldi was de drummer van Traffic. Hij was niet echt een bijzonder artiest. Steve Winwood is zijn oude maatje wel altijd trouw gebleven en speelt op heel veel lp’s van Capaldi mee. En dit is weer best mooi.
Dancing – John Martyn John Martyn is begonnen als folkie maar heeft zijn repertoire in de loop van de jaren steeds verder uitgebreid. En het eclecticisme van Winwood past goed bij Martyn. Ik heb hem ook nog een keer live gezien (slaapverwekkend).
Kissing With Confidence – Will Powers John Cale (ook lid van de Island stal) noemde dit een van de beste lp’s van 1983. Dat gaat me wat ver, maar het is wel een leuke lp. Wel een beetje een gimmick. Kissing With Confidence is mede geschreven door Winwood en Bernard Edwards (Chic). Winwood speelt waarschijnlijk ook wel mee op de plaat, maar wie wat speelt is onbekend.
Give It Up – Etta James Een duet van Winwood met de inspiratiebron van Adele. In de decennia hiervoor was ze geen enkele aandacht voor haar platen. Ik ben zelf niet zo, Etta James fan.
Happiness Is Easy – Talk Talk Talk Talk wordt ten onrechte gezien als zo’n typisch jaren 80 bandje met enkele leuke singles. De lp’s zijn zeer de moeiete waard. Mark Hollis is helaas al vele jaren uit het zicht verdwenen. Frank de Munnik heeft nog een mooie radio-uitzending over Talk Talk gemaakt, die je echt moet horen.
Woodcutter’s Son – Paul Weller Paul Weller is tegenwoordig de icoon van de Britse pop. Hij is ook wel erg goed, vooral omdat hij ook verschillende stijl elementen weet te verbinden. Dat hij dan ook Steve Winwood uitnodigd is niet zo vreemd.
He Will Make A Way – KathyTroccoli
Rosie Strike Back – Rosanna Cash
Nu Winwood in de VS woont speelt hij ook meer mee op Amrikaanse platen. Dit zijn twee voorbeelden. He eerste wel wat Middel of the Road.
Thirty Second Lover – Steve Cropper Dit is van de cd die dit jaar is uitgekomen.
Domingo Morning – Steve Winwood Tot slot nog een nummer van Steve Winwood zelf. Van de cd About Time. De voorganger van 9 lifes en misschien nog wel beter.